Het signaleren

Stichting Signaalhond Nederland kent twee categorieën signaalhonden: Honden die alleen thuis signaleren en honden die volledig geaccrediteerd zijn om als signaalhond te werken.
Onder bepaalde voorwaarden (zoals geschiktheid, leeftijd en gezondheid), kan de opleiding gedaan worden met de reeds aanwezige hond. Ook kan een hond worden aangeschaft om opgeleid te worden tot signaalhond.
De signaalhond wordt getraind om zijn baas te wijzen op bepaalde geluiden. Dit heet signaleren. Welke geluiden dit moeten zijn, is afhankelijk van de wensen van de eigenaar. Het betreft dus een training op maat.
De signaalhond kan op twee manieren signaleren: enkelvoudig of dubbel. Bij enkelvoudig signaleren attendeert de hond de eigenaar op een geluid en blijft bij hem.
Wanneer bv. de wekker afgaat, wekt hij de baas en blijft bij hem. Bij een dubbele signalering waarschuwt de hond de eigenaar, waarna de eigenaar de hond vraagt ‘waar?’. Daarop leidt de hond de eigenaar naar de geluidsbron. Denk hierbij aan de deurbel of de magnetron.
De hond kan op verschillende manieren signaleren. Aantikken met de neus of poot, opspringen of het tegenhouden van de baas zijn denkbare signaleringen. Hoe de hond signaleert, is mede afhankelijk van de hond en de wensen van de baas.
Tenslotte kan de hond ook ‘passief signaleren’. Wanneer de baas zijn hond observeert, ziet hij wanneer er iets aan de hand is. Zo merkt hij aan zijn hond dat iemand de kamer binnenkomt of dat een auto nadert.