Signaalhond Nederland
Signaalhond Nederland
Helpt auditief beperkten hun oor trainen
Opleiding
Stichting Signaalhond traint niet de hond maar de eigenaar. De baas leidt zelf zijn eigen (al aanwezige of specifiek hiervoor aangeschafte )hond op tot volledige geaccrediteerde hulphond die overal mee naar toe mag. Ook is het mogelijk dat de eigenaar kiest om de hond alleen in huis te laten signaleren. Deze honden hoeven niet aan de hoge sociale eisen te voldoen, omdat ze net als een normale huishond niet overal mee naar toe mogen, zoals geaccrediteerde signaalhonden wel mogen.
Een signaalhond wordt speciaal getraind om te reageren op geluiden die veel mensen (en honden) als gewoon aannemen. De getrainde hond kan signaleren wanneer een geluid geproduceerd wordt en aangeven waar het geluid vandaan komt (lokaliseren van het geluid)
Wat een signaalhond allemaal moet kunnen is uiteraard afhankelijk van de wensen van de eigenaar.
Onderstaand een aantal lijstjes met de meest voorkomende aangeleerde geluiden.
GELUIDSBRONNEN IN HUIS
•Deurbel
•Kloppen op raam of deur
•Rookmelder alarm
•Kookwekker, oven of magnetron klok
•Huilen van een baby
•Familielid of iemand anders die de naam van de gebruiker c.q. dove/slechthorende roept
•Kind dat ‘mamma’, ‘papa’ of een ander woord voor een gezinslid roept
•Telefoon/mobiel
•Wekker
•Computergeluiden
•Toeteren van auto in garage of oprijlaan
GELUIDSBRONNEN BUITENSHUIS
•Sirene van politie, brandweer of ambulance
•Naam van de gebruiker als een collega of iemand op straat roept
•Mobiele telefoon
•Toeterende voertuigen van dichtbij
•Achteropkomend verkeer
ANDERE MOGELIJKE TAKEN
•Terugbrengen van gevallen voorwerpen of waarschuwen dat er voorwerpen gevallen zijn, zoals
sleutels, geld of andere toebehoren
•Veiligheid
•Notities overbrengen tussen familieleden
•Berichten overbrengen tussen gezinsleden/partners, gebruik makend van voorwerpen die ergens
voor staan zoals laten weten dat het etenstijd is of dat er direct hulp nodig is
•De hond kan de eigenaar zoeken en naar degene brengen die roept
Het reageren en signaleren door de hond kan enkelvoudig zijn:
Het signaleren van de eigenaar en bij de hem of haar blijven. Bijvoorbeeld het reageren op de wekker, de baas wordt wakker gemaakt en de hond hoeft verder niets te doen of aan te wijzen. De wekker hoeft niet aangewezen te worden.
Een dubbele signalering is complexer:
De signaalhond waarschuwt de eigenaar en brengt vervolgens, op verzoek, de eigenaar naar de geluidsbron, zoals een deurbel of persoon. Dit omdat de hond op veel verschillende geluiden signaleert en de baas dus niet weet voor welk geluid de hond hem komt waarschuwen.
Het signaleren zelf kan op verschillende manieren die vaak hond-gebonden zijn. Een zachte aanraking met de neus of poot, opspringen, rondspringen of zelfs tegenhouden van de baas zijn denkbare signaleringen. Allemaal verschillende mogelijkheden die afhankelijk zijn van de hond en de baas.
Er is ook sprake van zogenaamd “passief signaleren”. Doordat de gebruiker ziet dat de hond ergens naar kijkt kan de gebruiker de blik van de hond volgen en er zo achter komen dat er bijvoorbeeld een paar vogels opvliegen, iemand de kamer binnenkomt lopen of dat er een auto van achteren nadert.
Elke signaalhond én geleider krijgt tevens een basistraining in opvoeding en gehoorzaamheid. De hond moet zich prettig voelen in de maatschappij en de maatschappij moet zich veilig voelen dus we leren de hond zich netjes te gedragen. Dit geldt naar mensen en kinderen, honden en andere dieren.
